Op weg naar Pasen



 

Als ik naar buiten kijk, schijnt de zon oogverblindend op de sneeuw. Mooie, stil makende pracht.
Even later – er moeten nog boodschappen worden gedaan – vertellen mensen me dat ze ’t nu toch wel moe zijn.
De winter duurt lang. Mensen die niet zo goed ter been zijn, kunnen moeilijk naar buiten.
Kinderen genieten van het sleeën. Ze maken heel grote sneeuwpoppen en krijgen er niet genoeg van.
Twee werelden in een sneeuwwereld.
Zoals we vaker, en ook de komende tijd, meemaken.
De vastentijd begint.
De winkels staan al vol met eitjes en haasjes. Mensen beginnen al te kijken naar de nieuwe mode voor dit voorjaar. Straks willen ze er op hun paasbest bijlopen.
Vasten? Wat was dat ook alweer?
We weten het vaak nog van vroeger: van alles iets minder. Geen snoep of geen drank. Iets achterwege laten dat je voelt.
Op weg naar Pasen: minstens twee werelden in een voorjaarswereld.
Een goed gevoel, een waardevol moment zoeken in de winkels, het nieuwe begin na de winter. Het voldane gevoel dat je bent geslaagd met je aankopen.
De lente met het nieuwe groen, alsof bomen en bloemen nieuwe blaadjes geboren laten worden, zo pril, zo fris. De lente kan beginnen. Je kunt de winter weer achter je laten.
De vasten, die wereld die je saamhorigheid laat voelen. Mensen arm of rijk: allebei honger; allebei zin in iets lekkers en er niet aan beginnen. Weten wat ‘niet hebben’ is.
Maar ook: samen voelen dat je bij alle tegenslag hoop mag houden.
Buiten begint het frisse groen. Na al die sneeuw komen de sneeuwklokjes en paasklokken gewoon tevoorschijn. Ieder jaar weer een wonder. Ze staan er voor iedereen die ze wil zien. Ze bloeien natuurlijk met Pasen. Pasen, de dag dat, nadat alles verloren leek, de vrouwen kwamen en zeiden: ”We hebben Hem gezien, Hij is niet dood. Hij leeft!”
Of, zoals een kindje op Goede Vrijdag een keer zei:”Je hoeft niet bedroefd te zijn, met Kerstmis krijg je ’n nieuwe.”

Zalig Pasen!
Bertie Bemelmans-Stevens (pastoraal adviseur kring Zuid-Oost)