De Pastoor van Chantresac


‘De Pastoor van Chantresac’ is een bundeltje met verhalen van een dorpspastoor in Frankrijk over de schoonheidsfoutjes van zijn parochianen. Het waren heerlijke mensen; en als ze hier of daar wat té zwart-wit zijn afgeschilderd, dan was het toch niet de bedoeling iemand te beledigen. Blijven lachen met de betrekkelijkheid der dingen, daarvoor werden deze verhalen opgeschreven. Namen en plaatsen zijn overigens geheel willekeurig en de mensen waarover wordt verteld wonen zeker niet in Chantresac.

Jean-Claude, ons misdienaartje, heeft de offergaven van de kerkgangers verzameld en zet de schaal bij het altaar. Abbé Marcel, mijn Franse collega, kijkt in de collectebak en knipoogt tegen me. Dat betekent dat de man of rouw van de revetten weer in de kerk zit. Al meer dan een jaar lang zit er van tijd tot tijd tussen de francs een revetje (een rond plaatje met een gat erin). Een van onze beminde gelovigen denkt het grondpersoneel van O.L. Heer te slim af te zijn, maar heeft blijkbaar niet in de gaten dat zijn/ haar revetten meer waard zijn dan wat de gemiddelde parochiaan weggeeft, want rijk is de buit nooit.

Sommige mensen schijnen te denken dat de Hemelse Vader in al zijn goedheid de rekening van het gas en de elektriciteit betaalt, maar ik kan u uit ervaring verzekeren dat Hij dat aan ons overlaat.

In het Evangelie vertelt de Heer dat Hij alle respect heeft voor de arme weduwe die maar een penning geeft; aan onze collecteschaal te zien zou je denken dat er in onze parochie heel wat arme weduwvrouwtjes wonen! Maar de revettengever heeft ons ongewild heel goed geholpen, want verschillende deuren klemden en piepten en dat is vaak goed te verhelpen door zo’n plaatje tussen de scharnieren te zetten. Meneer pastoor heeft er plezier in, maar we hebben die ‘goedgeefse’ parochiaan nooit kunnen ontdekken; alleen de Heilige Michael, die midden in de kerk tegen de muur staat, zou het hebben kunnen zien, maar hij heeft het veel te druk met het doorboren van de satan. Daar heeft hij ongetwijfeld plezier in, want hij blijft glimlachen.

Inmiddels zijn al onze deuren gerepareerd en daarom zegt meneer pastoor zonder een spier van zijn gezicht te vertrekken: “Un grand merci, hartelijk dank aan de revettenschenker. We hebben onze deuren kunnen repareren en ontpiepen, nogmaals onze hartelijke dank, maar met uw gave van vandaag hebben we er precies genoeg!”

Sommige mensen kunnen erg goede werken verrichten zonder dat ze het zelf in de gaten hebben.

Uit de archieven van de Pastoor van Chantresac