Brief van Maria


Ik lees u voor uit een brief van Maria.
Aan alle mensen die zich
- bewust of uit sleur - Christenen noemen.

Beste mensen,

Ik zie hoe mijn zoon Jezus weer opnieuw
is overgeleverd aan de heidenen.
Zijn geboortefeest is overwoekerd
door kopers en verkopers,
door profiteurs en genieters.
Kerstartikelen, kerstmarkten en weke liederen
galmen er genoeg door de straten.
Maar de echte volgelingen van mijn zoon
zijn heel gauw geteld.
Daarom dit begeleidend schrijven bij het verhaal
dat jullie met Kerstmis weer naar gewoonte zullen horen.

Jullie moeten me geloven.
In die eerste kerstnacht
was er echt niet zoveel aan de hand.
U hoeft die engelen niet te schrappen,
maar ze zijn wel een beetje uit de lucht gegrepen.
Lukas, de evangelist, kon namelijk achteraf
zijn enthousiasme niet bedwingen.
Het was die nacht alleen iets tussen Jozef en mij,
onze zoon werd geboren en we noemden hem Jezus.
Verder was er niets aan de hand.
We waren natuurlijk net als iedere vader en moeder
erg blij !

Het werd pas iets bijzonders, dertig jaar later.
Onze zoon had toen de moed om voor zijn geloof en
het geloof van onze voorouders op te komen.
We hadden het zo dikwijls voor hem gezongen:
"Onze God is de Vader van de armen en de rechtelozen!"
En ineens begon onze zoon dát geloof in eigen daden
om te zetten... Dat heeft ons aanvankelijk
erg verontrust en verward.
Vooral toen hij in de synagoge begon voor te lezen
over een gelukkige toekomst
voor armen en verdrukte kleine mensen.....
en toen hij aan het eind zei:
"Die toekomst moet dan maar eens werkelijkheid worden;
vandaag begin ik ermee!"

Ik heb er veel en lang over nagedacht,
maar ik heb hem pas begrepen, toen hij eens zij:
"Wie zijn leven niet afstemt op een kind
en wie zich niet laat gezeggen door de verdrukten en weerlozen,
die heeft geen toekomst meer bij God!"
Drie jaar lang heeft mijn zoon consequent zo geleefd.
Hij liet zich gezeggen door de blinden, de doven,
de melaatsen, de eenzamen, de uitgestotenen.
Toen maakte men een einde aan zijn leven.
Hij werd te gevaarlijk voor de machtigen en de bezitters.
Ik was erbij toen hij stierf.
Dat was de verdrietigste dag van mijn leven.
Maar het was ook de grootste dag, want ik wist:
mijn kind is me wel afgenomen,
maar een kind van God is opgestaan.
En toen met die Pasen in Jeruzalem,
toen werd het voor mij pas echt kerstmis.

En dat beste mensen, zou ik u met Kerstmis
op het hart willen drukken.
Het gaat eigenlijk niet om zijn geboorte.
Het gaat om de dingen waarvoor hij heeft geleefd
en waarvoor hij is gestorven. Of beter nog;
het gaat om de mensen voor wie hij leefde en stierf,
het gaat om de gedeukte en verkreukelde mensen,
overal ter wereld.
Zo, dat moest ik even kwijt!

met hartelijke groeten,
Maria van Nazareth