Als ik naar de brugklas mag dan… Of: Als ik m’n diploma heb dan…
Jonge mensen denken naar toekomst, het grootste stuk van hun leven moet nog komen.
Och, weet je nog?… Ja, vroeger… In het bejaardenhuis hoor je deze uitspraken. Een heel leven om op terug te kijken.
In de vakantie kwam een telefoontje uit Italië: “Mam, kun jij de vuilnisbak buiten zetten voor morgen?” “Je hebt vakantie, waar denk jij aan?”, was het antwoord. “Ja, dat staat in mijn telefoonagenda.”
Na de vakantie: “Heb je geen foto’s?”
“O, die kun je op Hyves bekijken.”
In welke tijd leef ik nu? Ik ken een wereld die langzaam helemaal voorbij lijkt.
Is dit een gevoel van oud worden?
In de najaarszon lekker buiten mijmer ik. Herfstgedachten.
Sommige dingen hoeven niet per se meer. Dat heeft ook zo z’n voordelen.
Er is tijd om met de kinderen naar de wolken te kijken en verhalen te verzinnen.
Of zomaar genoeg tijd om naar de buurman te luisteren met zijn lange verhalen die hij al de zoveelste keer vertelt. Op mijn gemak wandelen en stilstaan bij een bloem of een laat
eendenkuiken dat zijn moeder zoekt.
Zo zijn er nog veel voorbeelden.
De kleinkinderen komen binnen. Ze zoeken dat liedje van die twee motten. “Van vroeger, oma”, zeggen ze.
We kijken bij de lp’s. Het liedje van Dorus zit erbij, met de twee motten in z’n ouwe jas.
Vol verbazing kijken ze wat ik doe.
Als hun moeder hen komt halen, roept de een: “Mam, ruig hoor, oma heeft cd’s die je van twee kanten kunt spelen.”
Ik glimlach. Och, dan voel ik me weer een schakel in de tijd.
Bertie Bemelmans- Stevens